De cellulaire geneeskunde identificeert uitputting van bio-energie op celniveau als belangrijkste oorzaak van veel chronische ziekten. Het opheffen van een bestaand tekort aan microvoedingsstoffen vormt de basis voor cellulair geneeskundige benadering, die zowel helpt ziekte te voorkomen alsook ondersteunend bij een behandeling ingezet kan worden. Wetenschappelijke studies tonen aan dat er een sterke relatie bestaat tussen de kwaliteit van onze voeding en het ontstaan van gezondheidsklachten. Biochemische processen in de cellen worden grotendeels gereguleerd door microvoedingsstoffen en andere natuurlijke moleculen, waardoor tekorten kunnen leiden tot milde of zelfs ernstige gezondheidsproblemen. De meeste microvoedingsstoffen kunnen niet door het lichaam zelf worden aangemaakt en moeten volledig via de voeding worden geconsumeerd. Een suboptimaal voedingspatroon- dat wil zeggen onvoldoende inname van vitamines, mineralen, spoorelementen, aminozuren, plantenstoffen en andere natuurlijke bio-actieve moleculen – zorgt ervoor dat normale celfuncties, zoals energieproductie, onvoldoende uitgevoerd kunnen worden.

Chronisch tekort aan macro- en microvoedingsstoffen

Een tekort aan microvoedingsstoffen is een wijdverbreid doch sluimerend probleem. Diverse studies hebben aangetoond dat het voedingspatroon van de gemiddelde Nederlander niet toereikend is om het lichaam te voorzien van alle benodigde nutriënten. Terwijl ziekten die het gevolg zijn van een acuut vitaminegebrek (denk bijvoorbeeld aan scheurbuik, rachitis, beriberi) nauwelijks meer voorkomen, lijken steeds meer Nederlanders te lijden aan een chronisch vitaminegebrek. Waar we bij een dreigend tekort aan macro-voedingsstoffen ( koolhydraten, vetten en eiwitten) worden gealarmeerd middels een krachtig hongersignaal, wordt een chronisch microvoedingsstoffentekort pas opgemerkt wanneer de eerste gezondheidsklachten zich aanmelden.

De kans op een dergelijk tekort kan worden verlaagd door een verrijking van ons voedingspatroon. Toch blijkt het vaak moeilijk om via de voeding alle vereiste stoffen binnen te krijgen. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheden (ADH)– ooit opgesteld door de Gezondheidsraad ter preventie van deficiëntieziekten zoals scheurbuik –blijken niet afdoende om het ontstaan van chronische aandoeningen te voorkomen. Daar komt nog bij dat genetische manipulatie, versnelde landbouwmethoden, milieuverontreiniging en verarming van de landbouwgrond heeft geleid tot een drastische verlaging van de voedingswaarde van onze levensmiddelen. Ook de opslag- en transportmethoden van voedingsmiddelen zijn debet aan de versoberde voedingswaarde. Al met al reden genoeg om mensen op grote schaal te informeren over de preventieve en therapeutische waarde van microvoedingsstoffen en daar waar nodig een verhoogde inname (suppletie) van microvoedingsstoffen aan te raden.